Ga naar de inhoud

Kringloop

  • door

Een doodshemd heeft geen zakken, dus moet iemand anders na onze dood alles regelen dat we achter laten. Een mens sterft zo twee keer, of nog wel vaker. In elk ding dat je moet regelen wordt het overlijden van je dierbare onherroepelijker. Als de boedel verdeeld is en het huis ontruimd, resten jou als gestorvene nog slechts twee vierkante meters grond waar je gedachtenis nog een poos mag verblijven. Na een crematie blijft dat zelfs niet eens over.

Het overkomt iedereen wel eens een keer, of vaker dat je zo’n proces moet begeleiden. Ik ben aan de beurt vanwege mijn overleden zusje. Executeur ben je dan, een wat macabere titel voor een inderdaad nogal macabere dienst. Een dagtaak lijkt het wel te zijn.

Eerst maar eens alle goed doelen verwittigen, dat hun weldoenster er niet meer is. ‘Oke’, antwoordt de meneer van het Humanistisch Verbond. Als ik zeg dat ik dat helemaal niet zo ‘oke’ vindt, begint hij wat te schutteren en noteert naam en adres van zusje. Het gesprek eindigt met de vraag of ik dan misschien lid wil worden… Ach ik heb al een verbond, antwoord ik.

Wieltjes

  • door

 

Van Luther weten we dat hij als jongeman worstelde met zijn idee wat God van hem vroeg, of zelfs eiste. Een flinke onweersbui in het open veld bracht hem er toe zich in te laten schrijven in een Augustijner klooster. Een hard leven als monnik volgde. En tijdens een verblijf op de Wartburg streed hij met de vraag hoe hij een rechtvaardige God zou kunnen krijgen. Dus niet zo’n boze God die loert op elke misstap van de menselijke sterveling. Wat een ontdekking als bij hem het licht doorbreekt dat die God van hem al lang rechtvaardig is, namelijk genade schenkend. Een boze God, die al ons falen bijhoudt met een opschrijfboekje, dat beeld lijkt ons in het bloed te zitten.

Dan kom je ’s morgens in de kerk. De mensen druppelen binnen. Bij ons kijken ze gelukkig niet zo ernstig als in veel andere kerken. Die boze God, die Luther eerst in zijn hoofd had, die kennen ze niet of hebben ze al lang achter zich gelaten. Tegen de tijd dat de dienst begint komen ook de gezinnen, met kinderen. Daar wordt de kerk gelijk heel anders door, vrolijker, lawaaieriger. De kinderen testen de ruimte met hun stem: hoor eens wat een galm!  Ze zetten het ook gelijk op een holletje, er is ook zo veel ruimte!

Eén meisje heeft zelfs wieltjes onder haar schoenen. Ze zoeft van de ene zuil naar de ander, laveert tussen altaar en bloemenvazen, tussen koorzangers en koffiedrinkers. Van een boze God, die mensen e stuipen op het lijf jaagt met onweer of het verpletterende gevoel dat we niet zouden deugen heeft zij nooit gehoord. Haar ouders hebben haar vast van een heel andere God verteld. Voor haar is de kerk ruimte. Als ze ooit nog eens ouderling zou worden, hoop ik maar dat ze die schoenen houdt. Dat houdt ons in beweging.

Nieuwe ramen

  • door

Zondag aanstaande worden de glasinlood ramen in het hoogkoor van de Laurenskerk onthuld. We maken er een feestelijk gebeuren van.

Op de een of andere manier moet ik steeds maar denken aan de nieuwe kerkramen voor de Zuiderkerk. Die kerk is nog slechts een herinnering. Hij ging ten onder bij het bombardement op 14 mei 1940. Een royale kerk, een centraal bouw in neogotische stijl gebouwd, gedekt met een pyramide dak met daarop een slanke lood gedekte toren. Een kerk met veel hoge vensters. Voor die vensters maakte de Rotterdamse kunstenaar Marius Richters glas in lood ramen. Van hem is werk bewaard in de Raadzaal van het Stadhuis. De kartons van de ramen zijn er ten dele nog van bewaard. De ramen kwamen tot stand dankzij de inspanningen van ds. Oberman, toen een heel actieve predikant in onze Hervormde Gemeente.

Ze waren net klaar, toen kwamen de vliegtuigen op die dinsdag de 14e mei. Kerk en ramen zijn verdwenen. Waar de kerk stond, is nu water, tussen Glashaven en Wijnhaven. Er is zelfs nergens een plaquette die aan de kerk herinnert. Kunstenaars zijn wel gewend dat hun werk niet eeuwig blijvend is. Bij Marius Richters moet het toch diepe voren hebben getrokken. Zo veel werk en dan ineens weg…. De bezetting moest trouwens nog beginnen…

Glas in lood ramen zijn kwetsbaar. In tijden van oorlog, bij bombardementen en beschietingen zijn dit soort ramen de eersten die getroffen worden. Door de luchtdruk worden ze gewoon uit de sponningen geschoten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in veel kerken in Europa uit voorzorg die ramen maar uitgenomen en ergens veilig opgeslagen. Bij de Zuiderkerk was die vooruitziende blik nog niet aan de orde.

Het plaatsen van ramen is daarmee een acte van geloof. Ze staan er voor de toekomst. En daar geloven we toch maar in.