Ga naar de inhoud

Calamiteit

Gisteren reed ik met de auto (op het land gebruiken we nog auto’s) in het dorp op weg naar de bakker. Op de hoek van de straat zaten een zwarte kat en een lijster, een meter tussen hen in, elkaar aan te kijken. Het leek alsof de lijster een black out had en de kat zag eruit alsof-ie aan het nadenken was of het hier om een valstrik ging, een lijster die zich als op een presenteerblaadje aanbiedt. Ik stapte uit de auto en overlegde even of ik zou doen wat elk modern mens in die situatie doet: z’n telefoon pakken om een foto te maken, maar zo modern ben ik nou ook niet. Het meest opmerkelijke was een andere lijster die een paar meter verderop, op een tuinhek, paniekerig heen en weer sprong, heel goed wetende aan welk gevaar z’n partner zich blootstelde.

Toen ik vlak bij was zette de kat de aanval in, de lijster fladderde onbeholpen voor de kat uit, ik ertussen in, deed een vergeefse duik naar de lijster om hem te vangen. De lijster verdween in een heg, de kat er achter aan. Ik graaide in de heg om de lijster te vinden en de kat weg te houden. Twee kinderen op fietsjes (meivakantie) stonden stil om te vragen wat ik aan het doen was en ondertussen vloog de andere lijster paniekerig naast de heg heen en weer.

Tenslotte kwam de kat uit de heg zonder lijster in z’n bek en zette even verderop een volstrekt zinloze aanval op de andere lijster die van de heg wegvloog als om z’n hulpeloze maatje te redden. Een beetje als Poetin die de Polen pakt door de gaskraan dicht te draaien, omdat hij zich toch op iemand moet afreageren.

Ik heb me uit de heg losgemaakt om een brood te gaan kopen.

Ik ga op reis, Pieter

De tijd van de Corona lock downs is in mijn geheugen een nogal diffuse periode. Ik moet zo nu en dan opzoeken wat en wanneer gebeurde. Maar het was vóór de Corona dat ik een rolletje speelde in een film die Peter Lems heeft gemaakt. Gisteren ging ik in het theater annex dorpshuis van Zevenhuizen het resultaat zien. In de film, die tijdens de oorlogsjaren speelt, treed ik op als dominee in de kerk aan de Kralingse Avenue Concordia. Er is aan mij geen groot acteur verloren gegaan. In mijn herinnering verhaspelde ik de paar zinnen die ik moest uitspreken, in de film valt dat gelukkig niet erg op.

Ik ga op reis, Pieter

Knipsel

Na het opruimen van m’n werkkamer verhuisde ik een paar spullen en wat boeken naar de bovenste verdieping. Als ik, aan tafel gezeten, me een beetje uitrek dan zie ik een stukje van de skyline van Rotterdam, het torentje van het raadhuis. Niet de toren van de Laurenskerk. Je kunt niet alles hebben. Een aardewerken beker met potloden nam ik ook mee naar boven. Op de zijkant van de beker zit met plakband een stukje papier. Ik heb het tientallen jaren geleden uit een krant geknipt en op de beker geplakt en was het allang vergeten. Tot gisteren.

Op het vergeelde krantenknipsel staat: “Het geloof is als de vogel die zingt als de nacht nog donker is.” Uit de rede van Prof. W.J. Berger bij gelegenheid van de officiële opening van Verpleeghuis Antonius Binnenweg.

Knipsel